Speerpunt van het Eurocorps en de Europese Defensie
De Frans-Duitse Brigade is permanent onder het bevel van het Eurocorps geplaatst voor oefeningen en operaties sinds de oprichting van de laatstgenoemde in 1993. De samenwerking tussen beide werd zeer bevorderd door hun gezamenlijke deelname aan de opdracht in Afghanistan vanaf Juli 2004 tot Januari 2005. Overeenkomstig de bevelsrelatie tussen de Frans-Duitse Brigade en het Eurocorps thuis, was de Multinationale Brigade van Kaboel direct ondergeschikt aan de Internationale Strijdmacht voor Steun aan de Veiligheid (ISAF), waardoor ze het belangrijkste instrument vormde die de bevelhebber ISAF ter beschikking had. Vijftien jaar van het gezamelijke samenwerking, voorbode voor een Europese defensie, is reden genoeg om een kort portret van de Frans-Duitse Brigade te schetsen.
De Frans-Duitse Brigade is een belangrijke bi-nationale legereenheid die door hoge mobiliteit en hoge beschikbaarheid wordt gekenmerkt en ongeveer uit 5000 militairen bestaat. Ze is verankerd in het fundamentele idee van het Verdrag van het Elysée dat op 22 Januari 1963 tussen de Franse President, Charles De Gaulle, en de Duitse Federale Kanselier, Konrad Adenauer werd besloten. Sinds zijn oprichting in 1989, is het een symbool van Frans-Duitse samenwerking en van het onophoudelijk evoluerende Europese Beleid voor Veiligheid en Defensie geweest. Achter deze symbolische functie, heeft de Brigade een overtuigende rol gespeeld als efficiënt instrument voor het handhaven en beschermen van de vrede - een vermogen dat het tijdens verscheidene momenten in de operatiegebieden van de Duitse en Franse Strijdkrachten heeft bewezen.
Samen met het Eurocorps breidt het momenteel zijn operationele opdracht uit. Al zo profiteert het van de lang jarige samenwerkingservaring met andere eenheden in een multinationaal milieu. Er is geen twijfel dat de Brigade als model dient voor de permanente samenwerking tussen verschillende legers, vooral voor een toekomstige gemeenschappelijke Europese veiligheid en defensie.
In het jaar van 1987, tijdens een top in Karlsruhe (Duitsland), beslisten Kanselier Kohl en President Mitterand een gemeenschappelijke belangrijke militaire eenheid op te richten. Ongeveer één jaar later gaven de belastte militaire autoriteiten een orde uit om een element te creëren "de oprichtingsstaf” die de eerste oprichtingsstappen van de Brigade werd toevertrouwd. Nadat de Frans-Duitse Brigade officieel op 2 Oktober 1989 was opgericht, vierden de twee naties zijn in-dienstname tijdens een ceremonie in Böblingen (Duitsland) 17 Oktober 1990. Het duurde niet lang dat de Brigade zijn operationaliteit demonstreerde tijdens zijn oefeningen in het terrein. Nadat het hoofdkwartier was overgebracht naar Müllheim (Duitsland), werd in 1993de Frans-Duitse Brigade onder het bevel geplaatst van het Eurocorps. Hoogtepunten in de vroege jaren van het bestaan van de Brigade - naast de oefeningen - was zeker op 14 Juli de deelname aan de parade op de Champs-Elysées in Parijs en het bezoek van de twee Ministers van Defensie ter gelegenheid van de 30ste verjaardag van het Verdrag van het Elysée in 1993.
De eenheden en hun garnizoenen
De elementen van de Frans-Duitse Brigade worden verdeeld over meer dan drie garnizoenen en drie kleinere locaties in het Duitse bundesland Baden-Würtenberg. In al deze garnizoenen worden de Duitse en Franse eenheden van de Brigade samen ondergebracht.
De Robert-Schuman-Kazerne in Müllheim is de zetel van het hoofdkwartier van de Brigade, van de HK Companie en het Steunbataljon. De Frans-Duitse Brigade wordt bevolen afwisselend door een Duitser of een Fransman met een rotatieritme van twee jaar. De tweede in bevel is een Kolonel van de andere natie. De Brigadecommandant wordt bijgestaan door Frans-Duits gemengd personeel. Naast de afdelingen die er zuiver nationale hoofdkwartieren zijn, zoals - militaire veiligheid, opleiding & operaties, logistiek, transmissies - zijn er specifieke afdelingen in deze brigade, die dubbel zijn: twee (Duits en Franse) personeelsafdelingen, twee administratieve secties, een rechtskundige adviseursectie, een vertaaldienstensectie, een publieke informatiesectie en een sectie van de luchtcoördinatie. Voorts vanaf de zomer 2005 zal het brigadepersoneel door twee Spaanse en vijf Belgische militairen worden versterkt.
De HK Compagnie - ook een gemengde-nationaliteitseenheid - verleent steun aan het brigadepersoneel zoals personeel en materiaal. Tijdens oefeningen en operaties is zijn taak de brigadecommandoposten voor te bereiden, in werking te stellen en te beveiligen. Om communicatieverbindingen met de ondergeschikte eenheden en het superieure HK te verzekeren, verstrekt de compagnie Frans en Duits zendmateriaal plus het vereiste personeel. De compagnie met zijn ongeveer 300 Duitse en Franse militairen wordt afwisselend geleid door een Franse of Duitse commandant.
Het Steunbataljon is het enige bataljon van de Brigade dat nationaliteiten mengt, zelfs tot op pelotonniveau. De post van de bataljonscommandant roteert tussen Duitsland en Frankrijk, met de tweede commandant van de andere natie. De belangrijkste taak van dit gemengde steunbataljon is de levering en het vervoer van onderdelen, munitie en POL produkten, plus de reparatie van het materiaal van alle eenheden van de brigade.
Het tweede garnizoen waar de eenheden van de Frans-Duitse Brigade worden gestationeerd is het garnizoen van Donaueschingen. Deze eenheden zijn Franse “110e Régiment d'Infanterie” en Duitse “Jägerbataillon 292”. Ten gevolge van het infanteriegevecht en hun antitank mogelijkheden kunnen beide eenheden terrein grijpen en houden. Hun hoge mobiliteit laat hen toe om controle van en het te beschermen gebied snel te bereiken. Wegens gebrek aan ruimte, worden twee compagniën van Jägerbataillon 292 tijdelijk gestationneerd buiten Donaueschingen: de 7de compagnie voert de basisopleiding van rekruten in Messtetten uit, terwijl de 5de (Zware) compagnie in Stetten am kalten Markt wordt ondergebracht.
Het derde garnizoen, Immendingen, bevindt zich tussen het Zwarte Woud en de Schwabische Alp. Hier is de thuishaven van het Duitse “Panzerartilleriebataillon 295” (gepantserde artillerie), het Franse “3e Régiment de Hussards” (lichte gepantserde cavalerie) en de Duitse “Panzerpionierkompanie 550” (gepantserde genietroepen).
Panzerartilleriebataillon 295 maakte geen deel uit van de Frans-Duitse Brigade sinds het begin: het werd toegewezen tijdens de reorganisatie in 1993. In de toekomst, zal de primaire opdracht van dit gepantserde artilleriebataljon niet meer de vuursteun van de brigade zijn, maar slechts de grondverkenning zijn. Met deze bedoeling, is de eenheid uitgerust met het FENNEK gepantserde verkenningsvoertuig, dat zijn waarde voor verkenningstaken tijdens de opdracht ISAF in Afghanistan heeft bewezen.
Het 3e Régiment de Hussards is een eenheid met een lange traditie die terugreikt naar de Franse Revolutie. Het werd in 1990 onder het bevel van de Frans-Duitse Brigade geplaatst en heeft sindsdien de typische taken van lichte gepantserde cavalerie vervuld. De kerntaken moeten de Brigade van verkenningsinformatie voorzien. Tot 1995 was de eenheid in Pforzheim gelegerd, één verkenningscompagnie werd in Müllheim als onafhankelijke eenheid afgedeeld.
Panzerpionierkompanie 550 werd gevestigd in de loop van de oprichting van de Frans-Duitse Brigade. Met zijn modern materiaal is het geschikt voor zowel mobiliteit-steun als counter-mobility verrichtingen (hindernissen). De totale mogelijkheden van zijn eenheden laten de Frans-Duitse Brigade toe om een verscheidenheid van opdrachten binnen het spectrum van de militaire acties uit te voeren. Dit omvat de snelle verplaatsing over lange afstanden, het beveiligen en het onderzoeken van gebieden en het openen en het openhouden van toegangspunten voor andere belangrijke eenheden. De verkenningsmogelijkheden maken het mogelijk bovendien om operatieve inlichtingen te verzamelen voor het hoger bevel.
Eigenheden
Ten gevolge van de bi-nationale structuur van de Frans-Duitse Brigade, heeft deze belangrijke legereenheid sommige eigenaardige eigenschappen. Hiervan is de werktaal een punt van speciale betekenis. Het Frans en het Duits hebben een gelijke status binnen de Brigade. De tweetaligheid is een belangrijk element van het dagelijkse werk. Het is verder een belangrijk criterium voor de selectie van het personeel voor het brigadehoofdkwartier, de regimenten en de bataljons. Bovendien stijgt het belang van het Engels als operationele taal tijdens oefeningen en operaties. De militairen van deze brigade zijn het gewoon om te werken in een multinationaal milieu. Daarom hebben zij minder tijd nodig dan anderen om zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden en met militairen van andere naties samen te werken. Deze hoge flexibiliteit van zijn personeel is één van de speciale kwaliteiten van de Frans-Duitse Brigade.
De bi-nationaliteit is niet enkel beperkt tot het werk, nochtans. De samenwerking met de plaatselijk autoriteiten en de goedkeuring door de lokale bevolking is uitstekend. Bijvoorbeeld, de mogelijkheid bestaat in alle garnizoenen van de brigade om zijn kinderen naar bi-nationale kleuterscholen en basisscholen te sturen. De volwassenen onderwijsmogelijkheden, de vrijetijdsactiviteiten en de familiegebeurtenissen vormen samen een waaier van kansen om contact te maken en elkaar te leren kennen. Deze integratie is een belangrijke factor voor de aantrekkelijkheid van het werk in de Frans-Duitse Brigade.
In verband met de opleiding uitgevoerd binnen de Brigade, betekent zijn ondergeschiktheid aan het Eurocorps dat de tactische doctrine niet slechts op nationale basis kan gebaseerd worden. In plaats daarvan, zijn de zeer belangrijke elementen de zogenaamde Standing Operating Procedures (SOP) die door het Eurocorps worden uitgegeven die, wederom, op de procedures van de NAVO gebaseerd zijn.
Perspectieven
Onbetwistbaar heeft de Frans-Duitse Brigade veel bereikt in de korte tijd van zijn bestaan - inderdaad werden veel van deze verwezenlijkingen onmogelijk geacht toen de brigade werd opgericht. Dit betekent echter niet dat er nu een stemming van zelfgenoegzaamheid heerst. De brigade blijft werken aan de verdere verfijning van zijn structuren en het vergroten van zijn waaier van inzetmogelijkheden.
Een keerpunt in het evolutieve proces was de transformatie van het Eurocorps in een Europees “Rapid Reaction Corps” dat in de nabije toekomst zal worden toegepast. De essentiële elementen in het ontwerpen van de inzetopties kunnen voor de Frans-Duitse Brigade zijn snelle verplaatsingsvermogen zijn, zelfs over grote afstanden, en het objectief om een efficiënte “Initial Entry Operation” te verzekeren.
Op dit ogenblik, ontwikkelt de Brigade concepten voor een potentiële inzet als “Initial Entry Force” van het Eurocorps. De essentie van deze concepten is dat de Frans-Duitse Brigade de taak van hoogst mobiele snelle inzet strijdkracht zal uitvoeren, die door het Eurocorps als snel inzetbaar hoofdkwartier samen met extra strijdkrachten zal gevolgd worden.
Onafhankelijk van dit, zal de Brigade - onder het bevel van Eurocorps - deel uitmaken van de onlangs gecreeerde NATO Response Force (NRF) voor een periode van zes maanden, tijdens de tweede helft van 2006.
In November 2004, beslisten de Europese defensieministers de multinationale Europese Battle Groepen als snelle reactie strijdkrachten van de Europese Unie verder op te richten. Volgens de huidige plannen, zal de Frans-Duitse Brigade in de tweede helft van 2008 ongeveer 1.500 van zijn totaal van 5.000 militairen voor deze kracht moeten leveren.
Deze nieuwe taken zullen tezelfdertijd een uitdaging zijn, die met grote opleidingsinspanningen en oefeningen worden verbonden. Zij zullen ook de kans bieden voor de Frans-Duitse Brigade om zich voor te stellen als:
Speerpunt van de Europese Defensie.
De Frans-Duitse Brigade: Altijd in actie – op oefengebieden, met catastrofenhulp en tijdens buitenlandse operaties
De situatie in het fictieve land Thuringia is constant verslechterd in de loop van de afgelopen 15 jaar. In de loop van deze ontwikkeling, brak een gewapend conflict uit tussen Nelopania, een deel van Thuringia dat naar onafhankelijkheid streeft in het westelijke gebied van het land, en de centrale overheid. Na verscheidene maanden van het vechten, besloten de conflictpartijen eindelijk voor wapenstilstand en gingen akkoord met een vredesplan waarin een internationale beschermingsstrijdkracht (TPFOR) onder VN-mandaat wordt opgezet.
Dit was de STARTEX situatie voor de oefening EUROPEES SPEERPUNT, die vanaf 30 Mei tot 6 Juni plaatsvond en waarbij ongeveer 360 militairen van de Frans-Duitse Brigade betrokken waren. De brigade had zich bijna zes maanden voorbereid voor de oefening in nauwe samenwerking met het Duitse “Army Warfighting Simulation Centre”, Wildflecken. Voor het opleidingscentrum, zoals voor de Brigade, impliceerde de oefening zich op nieuw terrain begeven: eerder dan het opvoeren van het klassieke gevecht BLAUW versus ROOD, stelde het oefeningsscenario veel meer complexere conflicten voor. De commandoposten van de regimenten en de bataljons moesten niet alleen de bewapende strijdkrachten van het land, maar ook milities, guerilla's en zelfs demonstratiegroepen behandelen. De tactische situaties die door het computersysteem worden voorgesteld werden uitgevoerd door rolspelers met dewelke de bevelhebbers - zoals als in echte omstandigheden - moesten handelen. De agenda omvatte onderhandelingen met leden van legereenheden en militieleiders evenals CIMIC vergaderingen met burgerlijke vertegenwoordigers van UNHCR en het Rode Kruis. Voorts eisten mediateams verklaringen over TPFOR en de huidige situatie. De brigade verstrekte het personeel dat als rolspelers, met één opmerkelijke uitzondering, handelde: de vertegenwoordiger van het Rode Kruis was zelfs echt. De militairen en de Internationale Organisatie had de kans om hun samenwerking tijdens potentiële toekomstige opdrachten in vredestijd te oefenen, allebei hebben uit de gemeenschappelijke ervaring voordeel gehaald. Het Engels verving het Duits en het Frans als normale werktalen van de brigade tijdens deze oefening, een maatregel om de opleiding en voorbereiding voor het toekomstige internationale opdrachtspectrum voor te bereiden.
Met het oog op de potentiële NRF opdrachtscenario's was de oefening ontworpen in verscheidene fasen binnen een zo breed mogelijk spectrum van operaties. De oefening startte met een Initial Entry Operation die door een operatietheater verkenning was voorafgegaan. De volgende fase was een Vredesondersteunende Operatie waarin de regimenten en de bataljons verschillende incidenten moesten beheren: onwillige milities die het gedemilitariseerde gebied volgens VN Vredesplan niet willen verlaten, snipers, het arresteren van oorlogsmisdadigers en humanitaire hulp in vluchtelingkampen brengen. De ontwikkelingen in het operatiegebied culmineerden definitief in een gewapend conflict met de vroegere burgeroorlogfacties, na de succesvolle beëindiging hiervan eindigde de oefening.
Oefeningen in voorbereiding van NRF en IECF
European Spearhead is één van verscheidene oefeningen die de Frans-Duitse Brigade gebruikt voor de interne voorbereiding voor zijn deelname aan de NATO Response Force (NRF) in de tweede helft van 2006. Tezelfdertijd heeft de brigade zijn bereidheid als Initial Entry Force van het Eurocorps opgevoerd. De doelstelling van European Spearhead, daarom, was de opleiding van de commandoposten van de ondergeschikte regimenten en bataljons van de Brigade op te drijven. De nadruk lag op organisatie en werking van de commandoposten, op het commando- en controleproces en op de rapporteringsprocedures.
Voor de Brigade was het na vier jaar de eerste oefening met alle ondergeschikte elementen en tezelfdertijd de eerste activiteit die opnieuw de Brigade samen brachten na de succesvolle voltooiing van de opdracht in Afghanistan. Met het oog op deze situatie, verklaarde de Brigadecommandant, Brigadegeneraal Walter Spindler, dat hoewel de oefening een volledig succes was, een constant oefenritme voor de commandoposten beduidend de operationele inzetbaarheid van de brigade verhoogt. Terwijl de oefeningen op compagnie- en bataljonsniveau deel van de jaarlijkse opleiding en onderwijsprogramma uitmaken, staat het het grote aantal buitenlandse opdrachten geen regelmatige oefeningen met de hele Brigade toe, zoals wenselijk zou zijn. De huidige bedoeling, echter, is deze situatie, vooral met het oog op de aanstaande taken van de Brigade als deel van NRF in de tweede helft van 2006 en de geplande inzet als Europese Batlle Group in 2008 te veranderen. Het feit dat de Brigade grotendeels uit de nationale rotatie regelingen voor contingenten voor buitenlandse opdrachten zal genomen worden, zal het mogelijk maken om zich op de gemeenschappelijke taken te concentreren waarvoor alle capaciteiten beschikbaar binnen de Brigade in één enkel pakket zullen worden verzameld waarin extra capaciteiten van externe eenheden zullen worden geïntegreerd.
Catastrofenhulp
De verschuiving van klassieke nationale defensie en de alliantie defensie operaties naar een snelle reactie strijdkracht voor opdrachten impliceert in geen geval dat de brigade thuis niet meer beschikbaar voor de overheid is voor hulptaken. De enige resterende militaire eenheid in het zuidwesten van Baden-Württemberg zijnde, heeft de Brigade ook nog territoriale taken. Gelukkig zijn er nu lange tijd geen situaties meer geweest waardoor de brigade werd opgeëist voor hulp bij het bestrijden van natuurrampen of verwijderen van de schade van dergelijke rampen in zijn thuisgebied. De laatste keer dit het geval was, was in December 1999, toen een hevige winterstorm genoemd "Lothar" het gebied hard trof. In Februari en Maart 2000, maakten de Duitse en Franse militairen gezamenlijk de stranden van Bretagne schoon nadat zij met olie van de tanker "Erika" waren verontreinigd. Een rampenhulpoperatie, waarin de inspanningen van de brigade in het bijzonder werden geprijsd, was het bestrijden van de overstromingen langs de rivier Elbe in Augustus 2002, toen de militairen de getraumatiseerde bevolking hielpen de schade zo goed mogelijk te minimaliseren. De meest recente gebeurtenis kwam in November 2003 voor, toen de brigade zijn hulp aan Franse gebieden aanbood, die door overstromingen werden getroffen. Door de snel verbeterende situatie werd deze hulp niet meer vereist.
De Frans-Duitse Brigade in operatie wereldwijd
Tijdens hun opdrachten overal ter wereld ervaren de militairen van deze brigade regelmatig dat zij inderdaad nodig zijn. In de eerste jaren van zijn bestaan, waren de grote oefeningen de belangrijkste gebeurtenissen binnen de waaier van activiteiten van de Brigade. Dan, vanaf de medio-jaren '90, kwamen de internationale inzetten. In 1996/1997 voor het eerst in het buitenland ging de hele Brigade deelnemen aan de opdracht SFOR in Bosnië-Herzegovina. Sedertdien zijn de militairen van de brigade steeds op vredesopdrachten, zij het in de Balkan, in Afrika of in het Hindukush gebied. Tot dusver, werden de Duitse en Franse eenheden geselecteerd voor en ingezet voor opdrachten overeenkomstig de regels voor nationale contingenten. Voor de militairen van 110e Régiment d'Infanterie en 3e Régiment de Hussards heeft dit betekend andere opdrachten uit te voeren naast de internationale vredesopdrachten in de Balkan. Dit omvat Frankrijks - interne VIGIPIRATE operatie, veiligheidstaken in de overzeese provincies zoals Guadeloupe, Martinique, La Réunion of Nieuw-Calédinia, maar ook verplichtingen in vroegere kolonies zoals Ivoorkust of Tsjaad. De Duitse militairen van Jägerbaillon 292, Panzerartilleriebataillon 295 en Panzerpionierkompanie 550, in contrast, zijn slechts op missie geweest in de inzetgebieden van de Bundeswehr. Vanaf 2001, hebben zij ook de militaire installaties van de V.S. in Duitsland bewaakt om het voor de V.S. mogelijk te maken om meer V.S. troepen in de bestrijding van het internationaal terrorisme tewerk te stellen.
Het huidige hoogtepunt: operaties in Afghanistan
Toen HK Eurocorps de verantwoordelijkheid ISAF VI overnam, was de tijd voor de Frans-Duitse Brigade ook gekomen om zijn capaciteit te demonstreren in het beheren van een dergelijk belangrijke uitdaging. Vanaf 27 Juli 2004 tot 27 Januari 2005 was de Frans-Duitse Brigade, geleid door Brigadegeneral Walter Spindler, basis van de Multinationale Brigade van Kaboel (KMNB) in Afghanistan. Dit was de tweede opdracht voor de hele brigade en eerste onder het bevel van het Eurocorps.
Het is moeilijk om de ingewikkeldheid van de KMNB operaties in deze periode van zes maanden te beschrijven in een paar zinnen, maar twee cijfers kunnen helpen om een idee hiervan te geven: de militairen van 28 naties voerden 14.044 patrouilles uit, in de stad en in de provincie. Dit betekent dat gemiddeld ongeveer 80 patrouilles per dag werden uitgevoerd. In de dagen rond 9 Oktober, de dag van de presidentiële verkiezing, die de piekdagen van de opdracht vormden, waren 122 patrouilles op de wegen en in de straten, dag en nacht.
De belangrijkste taak van de brigade was de Afghaanse overheid als partners in veiligheidsoperaties, in hun inspanning om de veiligheid in de stad en de provincie van Kaboel te handhaven en te verbeteren. Zij hielp de politie van de stad van Kaboel bij het uitvoeren van zijn taken, hielp een hervorming van de politie uit te voeren en hielp de opleiding van het Afghaanse Nationale Leger (ANA), en het werkte nauw met de Geheime Dienst samen. Voorts ondersteunde de brigade het wederopbouwwerk in het kader van Civilo-Militaire Coöperatie (CIMIC).
Voor de vervulling van zijn taken, had KMNB 3.800 militairen van 28 naties ter beschikking, waarvan 1000 militairen - één Duitse en één Franse battle group elk, de HK Compagnie en het sleutelpersoneel van de brigade - door de Frans-Duitse Brigade werden verstrekt.
De duidelijk betere veiligheidssituatie in de stad en de provincie van Kaboel, de succesvolle en vreedzame presidentiële verkiezing en de vlotte installatie van de wettig verkozen President waren de bewijzen van het succes van de opdracht van de Frans-Duitse Brigade in Afghanistan. Dit succes moet aan de individuele inspanningen van elke militair van KMNB worden toegeschreven. Het is gebaseerd op een uitstekende samenhang binnen KMNB zoals uitgedrukt in het motto “Één Team - Één Opdracht”, op een uitstekende samenwerking met de Afghaanse veiligheidspartners en op een open en hartelijke ontvangst door de Afghaanse bevolking. Het is duidelijk geworden dat de grote meerderheid van de Afghaanse mensen in veiligheid en vrede eerder dan een voortzetting van de vijandigheden geinteresseerd is, zodat zij op de wederopbouw van het land en op hun persoonlijke toekomst de nadruk kunnen leggen.
De succesvolle operatie van de Frans-Duitse Brigade in Afghanistan onder het bevel van het Eurocorps heeft opnieuw bewezen welke opdrachten de Frans-Duitse Brigade uitvoeren kan - de functie van speerpunt voor de Europese Defensie
Meer betreffende de Frans-Duitse Brigade op www.df-brigade.de
Vertaling: Cdt Hans HAEGDORENS (Persofficier 2001-2004, 2007- )





