EN | FR | DE | ES |NL
A force for The European Union and The Atlantic Alliance
Print

Kosovo Force – KFOR III

HET EUROCORPS IN KOSOVO

Aanduiding van het Eurocorps

Op 22 November 1999, heeft het "Comité Commun" tijdens de vergadering in Luxemburg het Eurocorps HK formeel aangeboden aan de NAVO als eventuele kern van het hoofdkwartier van de NAVO-strijdkrachten in Kosovo (KFOR).

Twee weken later, begin December, anticiperend op de uiteindelijke beslissing, is het Eurocorps HK gestart met een intensieve trainingsperiode om het personeel van de Staf en van de Hoofdkwartier Ondersteuningsgroep voor te bereiden op een zes maanden durende inzet.

 

Op 28 Januari 2000 aanvaardde de Noord Atlantische Raad het voorstel van de vijf naties. Deze gebeurtenis was uniek voor vele redenen. Het ging inderdaad om de eerste inzet van het Eurocorps HK en het was tevens de eerste maal dat een Europees Hoofdkwartier (dat geen deel uitmaakte van de geïntegreerde militaire structuur van het bondgenootschap) een NAVO-strijdkracht in operaties beval.

De aflossing van KFOR II

Een maand later, half Februari, verlieten de eerste soldaten Straatsburg en vlogen naar het "KFOR Rear HQ" in Skopje en naar het "Main HQ" in Pristina. De aflossing van HQ LANDCENT (ondertussen omgedoopt tot NAVO's "Joint HQ Center") verliep vlot tijdens de stapsgewijze overname van de meerderheid van de sleutelposities door het Eurocorps personeel.

De aflossing was beëindigd op 18 April 2000 met de bevelsovergave of "transfer of autorit" van Generaal Rijnvaart aan Luitenant Generaal Ortuño, bevelvoerende generaal van het Eurocorps, in aanwezigheid van Generaal Clark, "Supreme Allied Commander in Europe" (SACEUR). Op dit moment waren reeds 360 Eurocorps soldaten aanwezig in het Operatietheater, klaar voor de opdracht. Door de bijdrage van ongeveer 40% van het totaal aan personeel en het bekleden van een meerderheid der sleutelposities in beide HK, vormde het Eurocorps HK wel degelijk de kern van het KFOR III hoofdkwartier.

 

De opdracht van KFOR III

De opdracht van Luitenant Generaal Ortuño, die direct onder SACEUR's bevel stond, was dezelfde als die van zijn voorgangers COMARRC en COMLANDCENT. Het betrof de implementatie van het militaire gedeelte van de VN-Resolutie 1244: de navolging van de overeenkomst waarnemen, een veilige en stabiele omgeving creëren en de Missie van de Verenigde Naties in Kosovo (UNMIK) bijstaan bij het oprichten van civiele administratiestructuren.

Hoewel de opdracht niet veranderd was, toch waren de accenten verschillend. De winter was heel streng geweest en onze voorgangers hadden de meest dringende noden eerst opgelost onder moeilijke omstandigheden. Met de komst van de lente was de tijd rijp voor het starten van de heropbouw van de provincie. Het doel van deze fase was de herstelling van de basisstructuren (economisch, politiek en sociaal) welke essentieel waren voor het hervatten van het dagelijkse leven in Kosovo. De nog af te leggen weg was overweldigend: het partizanenleger van de KLA moest hervormd worden tot een korps voor civiele bescherming; geweld en georganiseerde misdaad tierden welig; juridische structuren waren onbestaand; de wetgeving moest nog bepaald worden; een multi-etnische politiemacht moest opgericht worden; de publieke gezondheid was alarmerend en medische voorzieningen waren virtueel onbestaand. Het was ook zeer dringend om locale autoriteiten te installeren gezien de vorige met het Joegoslavische Leger verdwenen waren. Verkiezingen moesten ingericht worden. Maar hiervoor moest alles georganiseerd worden: de registratie van kiesplichtigen nodig voor het opstellen van de kiezerslijsten; verkiezingsregels moesten uitgewerkt worden en politieke partijen moesten gevormd, opgeleid en als democratisch gecertificeerd worden; de verkiezingscampagne en de verkiezingen zelf moesten georganiseerd worden. Natuurlijk waren belangrijke veiligheidsmaatregelen nodig gedurende alle stadia. Op dezelfde manier werden gedurende de Joegoslavische presidentiële verkiezing gelijkaardige maatregelen genomen om de verkiezing bij de Servische Kosovaren vredig te laten verlopen.

 

De aanpak van KFOR III

Deze ambitieuze objectieven verklaren waarom de nauwe banden tussen KFOR en de internationale en niet-gouvermentele organisatie ter plaatse zich verder versterkt hebben. Het ritme der werkvergaderingen werd opgevoerd tot op het hoogste niveau. Luitenant Generaal Ortuño en Dr. Kouchner, Speciale Vertegenwoordiger van de VN Secretaris-generaal ontmoetten elkaar dagelijks. Deze nauwe samenwerking bereikte zijn top in augustus tijdens de uitvoering van Operatie VULCAN, waarbij de Zvecan loodfabriek gesloten werd vanwege de hoge vervuilingsgraad die de publieke gezondheid in het gevaar bracht.

Teneinde de heropbouw van de provincie mogelijk te maken, verhoogde KFOR haar inspanningen om een gevoel van veiligheid te verzekeren die de uitvoering van de taken van andere organisaties vergemakkelijkte: 800 patrouilles werden dagelijks uitgevoerd in de provincie en meer dan 1000 soldaten voerden bewakingstaken uit in gevoelige zones. Het resultaat spreekt voor zich: binnen de zes maanden daalde de criminaliteit, meer dan 45.000 illegale wapens werden in beslag genomen en vernietigd. Tijdens de operatie LEATHERMAN werden 67 ton wapens en munitie gevonden. KFOR III hield doelbewust een laag profiel door de bevolking aan te manen zelf de problemen op te lossen waar mogelijk. Zij prefereerde dialoog boven het gebruik van wapens en kwam enkel tussen na coördinatie met alle partners waar noodzakelijk. Maar wanneer het gebruik van geweld noodzakelijk werd, zoals in het geval met de sluiting van de Zvecan Fabriek, kon KFOR ook krachtdadig optreden en voerde het zorgvuldig gecoördineerde militaire operaties uit.

 

KFOR droeg ook direct zijn steentje bij in de heropbouw door het herstellen van zo'n 325 km wegen en door zijn daadwerkelijke steun aan de heropening van de spoorlijn Kosovo-Polje en Zvecan. Op het einde van KFOR III's mandaat, transporteerde deze trein, die de Servische gemeenschap een veilig transport bood, dagelijks zo'n 500 passagiers per rit.

Daarenboven gaven de KFOR soldaten, als onderdeel van de belangrijke informatiecampagne omtrent het gevaar voor mijnen en onontplofte munitie, dikwijls praktische adviezen in de scholen. Het geringe aantal ongevallen is het bewijs van hun succes.

 

Verwezenlijking van de opdracht

Naar zijn indrukken over de Kosovo-opdracht gevraagd, verwijst Luitenant Generaal Ortuño steevast naar de opmerkelijke samenhorigheid van de Strijdkracht, die nochtans samengesteld was uit troepen van 39 verschillende landen waaronder Rusland. Hij beklemtoonde telkens dat dit één van zijn beste herinneringen zal blijven. De sleutelelementen die volgens hem de opdracht tot een succes maakten, waren de constante wil van elke bevelhebber om informatie uit te wisselen en te werken voor het gemeenschappelijk doel.

Er bleef natuurlijk nog veel te realiseren toen, midden oktober 2000 Luitenant Generaal Ortuño het bevel overdroeg aan Luitenant Generaal (IT) Cabigiosu, bevelhebber van KFOR IV. Desalniettemin behouden de Eurocorps militairen goede herinneringen aan deze opdracht en zijn zij overtuigd geholpen te hebben om de situatie te verbeteren. Het Eurocorps HK ontving overigens unaniem lof voor de manier waarop het zijn opdracht vervulde. Bovenal liet deze motiverende ervaring toe om een aantal lessen of 'lessons learnt' te trekken die ons moeten toelaten toekomstige opdrachten nog beter voor te bereiden en uit te voeren.

Maar Luitenant Generaal Ortuño laat nooit na om erop te wijzen dat dit succes in de eerste plaats toe te schrijven is aan de soldaten van de 39 landen vertegenwoordigd in KFOR III, die door hun toewijding en professionalisme nog het meest bijgedragen hebben tot het bereiken van de doelstellingen van de opdracht.

 

Vertaling: Cdt Hans HAEGDORENS (2001-2004, 2007 - )